Product

Flexibel en duurzaam

VBI onderschrijft de doelstellingen van de vorig jaar opgestarte besprekingen voor het Betonakkoord, waarbij wordt ingezet op CO2-reductie, circulariteit, natuurlijk kapitaal en sociaal kapitaal. Belangrijke thema’s die ook binnen VBI, marktleider op het gebied van kanaalplaatvloeren voor woning- en utiliteitsbouw, leidend zijn en samenkomen in één van haar meest recente innovaties: GreenScore.

GreenScore is een onderdeel van de duurzame mogelijkheden die VBI biedt, zegt Peter Musters, adviseur Bouwconcepten bij VBI. “Met onze oplossingen voor innovatieve draagconstructies helpen wij marktpartijen duurzame gebouwen realiseren. Duurzaam in de zin van ingebouwde flexibiliteit zodat het gebouw zich kan aanpassen aan veranderende gebruikswensen voor langjarig gebruik.”


Die duurzaamheid komt ook tot uiting in de kanaalplaatvloer van VBI. “Het is een product dat alleen het minimum aan materiaal heeft dat nodig is om de gewenste sterkte van de vloer te realiseren. En dat daarom al van nature goed scoort op het gebied van duurzaamheidskwalificaties.” Het Klimaatakkoord van eind 2015 maakt duidelijk dat alles op alles moet worden gezet om de CO2-uitstoot te beperken. “Die reductie kan ook in de beton worden gerealiseerd als we stappen zetten bij de grootste CO2-vervuiler van beton: het cement.”

Scoren op duurzaamheid

Door samen met de ENCI te zoeken naar andere cementsamenstellingen ontstond GreenScore, een kanaalplaat met dezelfde constructieve eigenschappen als een reguliere kanaalplaat, maar met een 25 tot 30 procent lagere CO2-uitstoot. Musters: “Omdat het aandeel van vloeren in gebouwen tot ruim een derde van het totale materiaalvolume is, kan GreenScore een forse bijdrage leveren aan een goede duurzaamheidsscore voor een gebouw. Zo heeft het een grote impact op de MPG-score (milieu-schaduwprijs) van een gebouw en daarmee ook op de MAT1-score bij BREEAM-projecten. Greenscore staat met 21 variaties als Categorie1-data in de Nationale Milieu Database. Tegelijkertijd is de vloer maar een klein kostenpostje in de totale gebouwkosten, dus ondanks het feit dat GreenScore iets duurder is, is de investering erin zeker de moeite waard. Als VBI zien we het ook als onze missie om de beslissers in de bouw bewust te maken van de milieuvoordelen die een keuze voor GreenScore oplevert.”

Cementloos beton

GreenScore is voor het eerst toegepast in het nieuwe kantoor van Sensata Technologies Holland in Hengelo, dat ontwikkeld werd door Schröder Vastgoed en dat BREEAM-NL Outstanding als ontwerpambitie heeft. “In dat project zijn op initiatief van Gerard Schröder van Schröder Vastgoed alle varianten van duurzaam beton toegepast. Het project geeft zelfs een kijkje in de toekomst omdat er in de dakvloeren cementloos beton als pilot is toegepast, een wereldprimeur in constructieve vloeren. Dit geopolymeerbeton, met alternatieve bindmiddelen, levert een CO2-uitstoot op die nog eens de helft is van GreenScore. Dat betekent een reductie van tweederde in CO2-uitstoot ten opzichte van de traditionele kanaalplaatvloer.” VBI gaat het geopolymeerbeton bij Sensata monitoren om te zien wat het doet in het gebruik. “Daarbij kijken we onder andere naar de sterkteopbouw en het langetermijngedrag.” De data die zo worden verzameld moeten het mede mogelijk maken om in de toekomst de regelgeving rond beton – die nu nog voorschrijft dat cement moet worden toegepast – aan te passen. Die ambitie past bovendien prima in het Betonakkoord, een nationaal ketenakkoord tussen de betonbranche, opdrachtgevers en andere stakeholders voor duurzame groei van de sector. Inmiddels zijn ruim zestig bedrijven uit de betonketen en relevante stakeholders aangesloten, en medio 2017 zullen de resultaten gepresenteerd worden.


Geopolymeerbeton
In de dakvloeren van het Sensata kantoor is cementloos beton toegepast: geopolymeerbeton

Circulariteit

Ook VBI zet in op circulariteit. Musters: “Bij VBI komt het accent op circulariteit voort uit onze werk- en denkwijze ‘Flexibel comfort’. Daarbij zeggen we tegen de markt: denk na over de levensduur van je casco, want dat is tweederde van al je materialen. Dus als je enerzijds kunt zorgen dat het casco lang blijft staan en anderzijds dat het adaptieve gebouwen zijn – gebouwen die tijdens de levensduur verschillende functies kunnen hebben – dan biedt dat milieuwinst, maar ook winst bij je levenscycluskosten. In de optiek van VBI gaan circulariteit en levenscycluskosten dan ook hand in hand.” Musters ziet dat ‘design for disassembly’ inmiddels steeds gewoner begint te worden: “VBI spreekt steeds vaker met haar afnemers af om vloerelementen aan het eind van de gebruiksfase terug te nemen om vervolgens te worden hergebruikt. Het gebouw als ‘grondstoffenbank’, zeg maar. Als een gebouw echt slim en dus duurzaam is ontworpen, zal dat moment van terugbrengen wel vele tientallen jaren vooruit liggen.”


VBI is om twee redenen bezig met circulariteit, aldus Musters. “Ten eerste vanuit maatschappelijke betrokkenheid en ten tweede omdat de overheid bezig is circulariteit te stimuleren via het Grondstoffenakkoord en het rijksprogramma ‘Nederland circulair in 2050’. Om dit aan te zwengelen is voor opdrachtgevers sinds 1 januari een fiscaal voordeel te behalen via de MIA en VAMIL regeling indien beton met meer dan dertig procent betongranulaat wordt toegepast. Daarnaast is het natuurlijk zo dat flexibiliteit en duurzaamheid sinds jaar en dag in de genen zit van VBI.”

VBI presenteert haar producten op de beurs Building Holland, van 11 t/m 13 april. U vindt VBI op stand 11.061.


Dit artikel is gepubliceerd in de special Building Holland van Stedebouw & Architectuur. U kunt een gratis exemplaar van deze editie ontvangen op Building Holland, op 11 t/m 13 april in Amsterdam RAI, in de stand van Stedebouw & Architectuur (naast de ingang). Zien we u daar?



Dit artikel komt uit Stedebouw & Architectuur

Deel dit artikel